Wie voor het eerst bitcoin koopt, schrikt vaak van de getallen. Je legt misschien twintig euro in en ziet dan iets als 0,00031 BTC in je wallet staan. Al die nullen achter de komma maken het lastig om te zien wat je eigenlijk hebt, laat staan om bedragen met elkaar te vergelijken. Daarom rekenen steeds meer mensen niet in hele bitcoins, maar in satoshi’s.
In dit artikel lees je wat een satoshi precies is, hoe je ermee rekent en waarom het juist voor beginners een handige manier is om grip te krijgen op kleine bedragen.
De kleinste eenheid van bitcoin
Een bitcoin is deelbaar in honderd miljoen stukjes. Eén zo’n stukje heet een satoshi, vaak afgekort tot sat of sats. Uitgeschreven ziet dat er zo uit: 1 satoshi is 0,00000001 BTC. Kleiner kan niet op het bitcoinnetwerk zelf; dit is de ondergrens van wat je kunt versturen of bezitten.
De naam is een eerbetoon aan Satoshi Nakamoto, het pseudoniem van de persoon of groep die bitcoin in 2008 bedacht. Wie er precies achter zit, is nog altijd onbekend, maar de naam leeft voort in de eenheid die je dagelijks tegenkomt als je met kleine bedragen werkt.
Van bitcoin naar satoshi en terug
Omrekenen tussen bitcoin en satoshi is eenvoudig, omdat de verhouding altijd hetzelfde blijft. Je vermenigvuldigt of deelt simpelweg met honderd miljoen. Een paar voorbeelden maken het duidelijk:
- 1 BTC = 100.000.000 satoshi
- 0,01 BTC = 1.000.000 satoshi
- 0,0001 BTC = 10.000 satoshi
- 0,00000100 BTC = 100 satoshi
Satoshi’s omrekenen naar euro’s
De verhouding tussen bitcoin en satoshi staat vast, maar de waarde in euro’s niet. Die hangt af van de actuele bitcoinkoers, en die beweegt voortdurend. Om te weten wat een satoshi waard is, deel je de prijs van één bitcoin door honderd miljoen. Stel dat één bitcoin 60.000 euro kost. Dan is één satoshi 0,0006 euro waard, oftewel zes honderdste cent. Duizend satoshi zijn in dat voorbeeld zestig cent en honderdduizend satoshi zestig euro.
Andersom werkt het ook. Wil je weten hoeveel satoshi je voor tien euro krijgt, dan deel je tien door de waarde van één satoshi. Bij dezelfde koers kom je dan uit op ongeveer 16.667 satoshi. Omdat de koers elke minuut kan veranderen, is het prettig om een rekenhulp te gebruiken. Op https://bitcoincalculator.nl kun je bijvoorbeeld bedragen in bitcoin en euro tegen elkaar omrekenen op basis van de actuele koers, en daar lees je ook meer over hoe zo’n berekening in elkaar zit.
Waarom kleine bedragen zo overzichtelijker worden
Het grootste voordeel van rekenen in satoshi’s is dat je hele getallen gebruikt in plaats van lange decimalen. Het verschil tussen 0,00025 en 0,000025 BTC zie je niet in één oogopslag, terwijl het een factor tien scheelt. Zeg je 25.000 sats en 2.500 sats, dan is het meteen duidelijk. Je maakt minder snel fouten bij het overmaken of vergelijken van bedragen.
Daarnaast helpt het psychologisch. Veel beginners denken dat bitcoin onbereikbaar duur is, omdat de prijs per hele munt hoog is. Maar niemand hoeft een volledige bitcoin te kopen. Wie in satoshi’s denkt, ziet dat je met een klein bedrag gewoon een duidelijk aantal eenheden bezit, net zoals je bij euro’s in centen kunt rekenen.
Waar je satoshi’s tegenkomt
In de praktijk zie je sats op steeds meer plekken. Veel wallets bieden de optie om je saldo in satoshi’s weer te geven in plaats van in BTC. Transactiekosten op het netwerk worden vaak uitgedrukt in satoshi per byte of per virtuele byte, wat aangeeft hoeveel je betaalt voor de ruimte die je transactie inneemt. Ook bij het Lightning-netwerk, dat bedoeld is voor snelle en kleine betalingen, wordt vrijwel altijd in sats gerekend.
Wie regelmatig kleine bedragen spaart of uitgeeft, merkt al snel dat sats een natuurlijke maat worden. Het voelt minder abstract dan een bedrag met acht cijfers achter de komma.